3 miljoen supporters wereldwijd Word lid

Geschiedenis

Deel:

Op 19 november 1960 las de Londense advocaat Peter Benenson in de metro een berichtje over twee Portugese studenten die waren veroordeeld tot zeven jaar gevangenisstraf. Ze hadden in een restaurant kritiek geuit op het bewind van de toenmalige dictator Salazár en vervolgens een dronk op de vrijheid uitgebracht. Met twee collega’s startte Benenson een actie: ‘Appeal for Amnesty 1961’. De campagne begon in mei met een artikel in The Observer, ‘De vergeten gevangenen’.

Het artikel van Peter Benenson

Peter Benenson's artikel, dat uiteindelijk de basis voor de oprichting van Amnesty International vormde, werd door dertig kranten in de hele wereld overgenomen.  Benenson schreef: ‘Iedere dag van de week dat u uw krant openslaat zult u een artikel aantreffen over iemand op de wereld die gevangen wordt gehouden, gemarteld of geëxecuteerd wordt omdat zijn mening of religie niet geaccepteerd worden door zijn regering. Er zitten enkele miljoenen van dergelijke mensen in de gevangenis – en zeker niet allemaal achter het ijzeren of bamboe-gordijn – en hun aantal groeit. De krantenlezer voelt zich machteloos. Als al deze gevoelens van machteloosheid zich zouden verenigen in een gezamenlijke actie, zou er iets gedaan kunnen worden dat effect heeft. Daarom zijn we gestart met APPEAL FOR AMNESTY 1961. De campagne die vandaag begint is het resultaat van een initiatief van een groep advocaten, schrijvers en uitgeverijen in Londen, die de onderstaande uitspraak van Voltaire onderschrijven: “Ik verafschuw uw ideeën, maar ik ben bereid te sterven voor uw recht ze te uiten”. We hebben een kantoor in Londen geopend, waar we informatie verzamelen over degenen die we hebben besloten “gewetensgevangenen” te noemen. We definiëren hen als volgt: iedere persoon die fysiek beperkt wordt (door gevangenschap of anderszins) vanwege het uiten (in elke vorm van woorden of symbolen) van elke overtuiging die eerlijk de zijne is en die geen persoonlijk geweld bepleit of goedpraat. 

‘Het succes van de Amnesty-campagne 1961 hangt af van de mate waarin het mogelijk is de publieke opinie met kracht en invloed te verenigen. Het is ook afhankelijk van de mate waarin de campagne allesomvattend is in samenstelling, een internationaal karakter heeft en politiek onpartijdig is. Onvermijdelijk kan de meeste actie waar de campagne toe oproept uitsluitend door regeringen worden ondernomen. Maar de ervaring leert dat in gevallen zoals deze de regeringen slechts bereid zijn te volgen waar de publieke opinie leidt. De druk van de opinie zorgde honderd jaar geleden voor de emancipatie van de slaven. Het gaat er nu om aan te dringen op dezelfde vrijheid voor de geest als die reeds is gewonnen voor het lichaam.’  Lees het hele artikel.

"Iedere dag van de week dat u uw krant openslaat zult u een artikel aantreffen over iemand op de wereld die gevangen wordt gehouden, gemarteld of geëxecuteerd wordt omdat zijn mening of religie niet geaccepteerd worden door zijn regering." Peter Benenson

De Nederlandse afdeling

Het artikel van Peter Benenson werd in Nederland overgenomen door de Volkskrant. Het artikel was aanleiding voor een kleine groep mensen om een Nederlandse afdeling van Amnesty op te richten. Onder hen waren een journaliste, een pater, een criminoloog en een hoogleraar strafrecht. De VPRO zond op de televisie een documentaire over Amnesty International uit, die leidde tot bijna duizend brieven. Maar uiteindelijk bleek de belangstelling toch te gering. 

Eind 1969 had de vereniging honderd leden.

Pas in 1968 werd een nieuwe poging gedaan tot het opzetten van een Nederlandse afdeling. En deze keer lukte het wel: eind 1969 had de vereniging honderd leden. In april 1970 waren dat er al vierhonderd. In dat jaar werd een grote ‘mei-campagne’ georganiseerd, waarbij Amnesty op het Lange Voorhout in Den Haag een gevangenenkamp nabouwde. Ook andere actietechnieken van Amnesty zagen het licht: er werden voorbedrukte kaarten verspreid en leden zetten zich achter kraampjes. Een veel grotere campagne was die tegen martelen, in 1972. In een gevangenenkooi die in Delft was opgebouwd liet onder andere Simon Carmiggelt zich als ‘gewetensgevangene’ te kijk stellen. In 1974 kon vanuit Nederland al 220.000 gulden aan het Internationaal Secretariaat in Londen worden overgemaakt. In 1980 introduceerde Arie Kuiper, hoofdredacteur en lid van Amnesty’s beroepsgroep journalisten, in weekblad De Tijd de gevleugelde woorden: ‘Lid zijn van Amnesty is het elfde gebod’. Het aantal leden van Amnesty Nederland bleef door de jaren gestaag groeien. 

De eerste grote bekroning van Amnesty’s werk was de toekenning van de Nobelprijs voor de Vrede, in 1977. Rond die tijd voerde de organisatie de eerste internationale campagne tegen de doodstraf. Het Nederlandse secretariaat en de plaatselijke groepen begonnen met het leggen van contacten met politici, maatschappelijke organisaties en beroepsgroepen. 

Nederlandse initiatieven

In 1982 kwam er een thema-actie die het initiatief was van de Nederlandse afdeling: een grote campagne voor de slachtoffers van ‘verdwijningen’. Tot dan toe was aan ‘verdwijningen’ door de internationale publieke opinie maar weinig aandacht geschonken. Net zoals Amnesty in 1971 aantoonde dat martelingen geen praktijk uit de middeleeuwen waren, zo liet ze dit jaar zien dat overheden nog altijd nieuwe technieken van onderdrukking bedachten. 

Op diverse terreinen heeft de Nederlandse afdeling een voortrekkersrol gespeeld.

De grote actie van 1988 was gericht op vluchtelingen. Het was de eerste keer dat een zo groot aantal Amnesty-groepen (ruim driehonderd) zich direct voor verbetering van de Nederlandse asielpraktijk inzette. Gedurende de drie maanden die de actie duurde steeg het aantal gemeenten dat zich bereid verklaarde asielzoekers op te nemen van 169 naar 602. 

De acties van Amnesty zijn in Nederland vaak massaal geweest. In 1980 verzamelde Amnesty zo’n 80.000 handtekeningen van tegenstanders van de doodstraf. In 1984 werden tienduizenden kaarten verstuurd naar regeringen die zich schuldig maakten aan marteling. In 1996 werden 48.000 handtekeningen verzameld tegen de doodstraf in de Verenigde Staten. En begin 1998 haalde de Nederlandse afdeling meer dan drie miljoen handtekeningen op ten bate van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. 

Op diverse terreinen heeft de Nederlandse afdeling een voortrekkersrol gespeeld. Zo ging de afdeling als een van de eerste in gesprek met multinationale ondernemingen. Nederland coördineerde ook de wereldwijde Amnesty-lobby voor de totstandkoming van een Internationaal Strafhof; dat hof zetelt nu in Den Haag. In 2006 is Amnesty Nederland gestart met het programma Discriminatie en Identiteit, waarbij discriminatie in Nederland onderzocht en bestreden wordt. 

Internationale ontwikkelingen

Amnesty’s werkgebied is de afgelopen decennia steeds meer uitgebreid; naast gewetensgevangenen en ‘verdwijningen’ komen onder andere het misbruik van wapens en geweld tegen vrouwen nu ook aan bod. Mensenrechtenschendingen in de privé-sfeer hebben een grotere rol ingenomen. Een ander actueel onderwerp is de internationale strijd tegen het terrorisme en de mensenrechtenschendingen die onder die vlag gepleegd worden.

Amnesty International ging meer aandacht besteden aan schendingen die worden begaan in de ‘privé-sfeer’, zoals huiselijk geweld.

Het mandaat van Amnesty International is niet altijd zo breed geweest. Bij oprichting van de organisatie in 1961 besloeg het werkterrein vooral gewetensgevangenen, politiek gevangenen, marteling, politieke moord en verdwijning – schendingen die worden begaan door overheden en gewapende oppositiegroepen. In de jaren ’90 van de vorige eeuw ging Amnesty International meer aandacht besteden aan schendingen die worden begaan in de ‘privé-sfeer’, zoals huiselijk geweld en besnijdenis. Ook is Amnesty zich gaan inzetten voor sociaal-economische rechten voor iedereen. 

Enkele andere belangrijke beslissingen voor Amnesty’s koers werden genomen op de internationale algemene vergadering (International Council Meeting, ICM) van 2005. Amnesty heeft sinds deze ICM de mogelijkheid zich uit te spreken over gewapend ingrijpen en ook gaat de organisatie zich meer profileren op het gebied van seksuele en reproductieve rechten. 

Een andere belangrijke gebeurtenis voor Amnesty International in 2005 was het overlijden van oprichter Peter Benenson. Benenson overleed op 25 februari op 83-jarige leeftijd. ‘In 1961 zorgde zijn visie voor de geboorte van mensenrechtenactivisme. In 2005 laat hij een mensenrechtenbeweging na die nooit zal sterven’, aldus voormalig Amnesty’s secretaris-generaal Irene Khan. 

Recent bekeken pagina's

Amnesty International: voor de mensenrechten

Amnesty International werkt voor naleving van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en andere internationale verdragen en verklaringen voor de mensenrechten. Wij doen over de hele wereld onderzoek naar schendingen van de mensenrechten en voeren actie om die schendingen tegen te gaan.